Tabaksrupsen houden hun natuurlijke vijanden op afstand met een walm van nicotine, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. 

Tabaksrupsen kunnen een deel van de nicotine uit de tabaksbladeren die ze eten weer uitblazen door kleine gaatjes aan de zijkant van hun lichaam.

Die 'nicotine-adem' heeft een afschrikwekkende werking op wolfspinnen, hun natuurlijke vijanden.

Dat concluderen onderzoekers van het Max Planck Instituut in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Bekertjes

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door individuele rupsen van de vlinder Manduca sexta (tabakspijlstaart) in een plastic bekertje te plaatsen met een uitgehongerde wolfspin.

Als rupsen waren gevoed met tabaksbladeren, bleef de spin meestal op afstand. Dat had te maken met de nicotineluchtjes die de insecten uitbliezen. "De wolfspinnen wezen de larven die met nicotine waren gevoed duidelijk af", verklaren de onderzoekers in de L.A. Times.

Wanneer rupsen alleen nicotinevrije tabak hadden gegeten, werden ze vrijwel onmiddellijk opgegeten door de wolfspin.

Bekijk het experiment:

Gen

Het vermogen van de tabaksrupsen om nicotine naar de spinnen te blazen bleek samen te hangen met een specifiek gen.

Wanneer dit gen door genetische manipulatie werd uitgeschakeld, belandden ook rupsen die nicotine hadden gegeten in de klauwen van wolfspinnen.  

Tabaksrupsen eten van nature zo veel tabaksbladeren dat ze per dag een milligram nicotine binnenkrijgen. Eén sigaret bevat ongeveer dezelfde hoeveelheid.

Normaal gesproken raken insecten verlamd door nicotine, maar tabaksrupsen kunnen enorme hoeveelheden van de stof verdragen. "Hun tolerantie voor nicotine is 750 keer groter dan die van mensen", aldus hoofdonderzoeker Ian Baldwin op ABC News.