Wetenschappers hebben de oudste menselijke voetsporen uit Noord-Amerika gedateerd. 

Twee voetafdrukken die in 1961 zijn aangetroffen in de Chihuahuawoestijn en inmiddels worden bewaard in een plaatselijk museum, blijken ongeveer 10.500 jaar oud te zijn.

Een ander paar prehistorische voetstappen uit hetzelfde gebied, is naar schatting 7.000 jaar oud.

Dat melden Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Archeological Science.

Uranium

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door minieme hoeveelheden uranium in de voetsporen te onderzoeken. Uranium verandert in de loop van duizenden jaren langzaam in de stof thorium.

Door het opgetreden verval van het uranium zeer precies te meten, slaagden de  onderzoekers erin om de ouderdom van de sporen bij benadering te bepalen.

De wetenschappers vermoeden dat beide onderzochte voetsporen afkomstig zijn van nomadische jagerverzamelaars. 

Klimaat

De voetafdrukken bevatten ook informatie over het klimaat dat 10.000 jaar geleden heerste in de Chihuahuawoestijn. De sporen zijn namelijk bewaard gebleven in travertijn. Dit gesteente ontstaat als er water door kalksteen sijpelt.

De aanwezigheid van travertijn suggereert dat de woestijn enkele duizenden jaren geleden geen droog gebied was.

"De voetstappen laten zien dat de woestijn gedurende het Holoceen net uit een ijstijd kwam", verklaart onderzoeker Nick Felstead van Durham University op Planet Earth Online. "Het biedt ons een blik op een tijd waarin deze woestijn nog vochtig genoeg was om veel meer levensvormen te ondersteunen dan nu."