Amerikaanse wetenschappers hebben de oudste verdedigingsmuur van China in kaart gebracht.

Het gaat om een oude muur van aarde in de provincie Shengdong die op sommige plaatsen vijf meter hoog is en zich waarschijnlijk ooit uitstrekte over honderden kilometers.

De verdedigingsmuur werd naar schatting drie eeuwen eerder aangelegd dan de Chinese muur.

Dat meldt archeoloog Gary Feinman van het Field Museum in Chicago op NPR News.

Potten

Feinman stuitte twee jaar geleden bij toeval op wat overblijfselen van de muur toen hij bij een archeologisch onderzoek naar scherven van oude potten en pannen zocht in het gebied.

Van de plaatselijke bevolking hoorde hij dat de muur rond 500 voor Christus is gebouwd om de inwoners van de voormalige staat Qi te beschermen tegen legers uit andere Chinese staten.    

Inmiddels heeft Feinman samen met collega's een groot aantal resten van het bouwwerk in kaart gebracht.

"Door er langs te lopen, hebben we kunnen zien hoe goed het ontwerp is", aldus Feinman. "De muur loopt langs de toppen van de rotsige bergen in het oosten van Shangdong. Vooral op de hoogste punten is het bouwwerk nog in goede staat."    

Arbeiders

Voor de bouw van de muur droegen Chinese arbeider rond 500 voor Christus vele tonnen aarde naar bergtoppen in de opdracht van de leiders van de oude staat Qi. De muur voorkwam oorlogen met andere Chinese staten.

De Chinese muur werd pas 300 jaar later aangelegd om het Chinese keizerrijk te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf, zoals nomadische ruitervolken. 

De Chinese regering is volgens Feinman van plan om delen van de muur in het voormalige Qi beter te gaan beschermen.  Op veel plaatsen is het bouwwerk echter al verdwenen door bouwprojecten.

"Delen van de muur dienen nu als basis voor onververharde wegen die gemeenschappen met elkaar verbinden", aldus de archeoloog. "Wat ooit een middel was om mensen te scheiden, brengt ze nu bij elkaar."