Een nieuwe analyse van door de wind veroorzaakte zeestromen in de Atlantische oceaan, helpt mogelijk met het oplossen van het mysterie rond de afname van de hoeveelheid paling.

Wetenschappers uit verschillende Europese landen beschrijven hun bevindingen deze week in een multidisciplinaire studie in het tijdschrift Current Biology.

De Europese paling staat al sinds enkele jaren op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. Naast overbevissing hebben wetenschappers nog steeds geen verklaring gevonden voor de enorme teruggang van de palingstand.

De geboorte van de dieren vindt plaats in de Sargassozee in het midden van de Atlantische Oceaan, maar is nog nooit door mensen waargenomen. Van daaruit migreren ze richting Europa om daar het grootste deel van hun leven door te brengen. Uiteindelijk gaan ze weer terug om waar ze geboren werden, weer opnieuw kuit te schieten.

Levensstadia

De paling heeft zes verschillende levensstadia. Als hij de 4500 kilometer lange weg naar de Europese kustwateren aflegt, doet hij dat voor het grootste deel als larve en glasaal. Het diertje legt de afstand af door zich mee te laten voeren door de Golfstroom.

In Europa blijven ze tot wel twintig jaar in de kustwateren, rivieren en slootjes voordat ze weer terug zwemmen om te paren.

Stromen

Door deze trek naar Europa te simuleren in een model, konden de wetenschappers uitvinden dat er een belangrijke relatie zit tussen grote of kleine hoeveelheden glasaal die de reis overleefden. Het bleek dat juist kleinschalige, door de wind opgewekte oceaanstromen veel te maken hadden met fluctuaties in de Europese palingpopulatie.

De hoeveelheid was groot als de stromen gunstig waren en zorgden voor een korte reis. Als de stromen veranderden en de reis langer werd, dan overleefden veel minder aaltjes.

Computermodel

De wetenschappers simuleerden de reis op grote schaal door gebruik te maken van een computermodel waarbij 8 miljoen kleine, drijvende deeltjes gevolgd werden. Die deeltjes stelden de larven en glasaaltjes voor. Het model simuleerde een periode van 45 jaar, tussen 1960 en 2005.

"Er is een duidelijke link: als het weer verandert, dan is er een duidelijk risico voor de paling-populatie," zegt onderzoeker Christophe Eizaguirre op de BBC-website.

Ondergang

Het verdwijnen van leefgebied en ziektes zorgden ook voor minder paling, maar de onderzoekers menen dat ze het dier niet kunnen redden van de ondergang als ze niet uit kunnen vinden hoe de jonge aaltjes terug kunnen keren naar Europa.

Er zit twee jaar tussen de geboorte en het aankomen in Europa. Daarom is er al van te voren te voorspellen of er veel of weinig glasaaltjes Europa zullen bereiken. Op basis daarvan kunnen beleidsmakers het visquotum voor de paling bepalen.

Herstel

Herstel van de palingstand is misschien nog mogelijk, maar zal vanwege de lange generatieduur en zeer lage stand van ouderdieren zelfs met een totaalverbod op de visserij op paling nog lang duren.