In gebieden met veel broedparasieten, vogels die hun ei in het nest van een ander leggen zoals de koekoek, helpen naaste verwanten met het beschermen van een nest, zonder zelf voor eigen nageslacht te zorgen.

Waarom dit voordelen heeft voor sommige vogels, blijkt uit een Australische studie die deze week verschijnt in het tijdschrift Science.

De onderzoekers bestudeerden hiervoor een Australische zangvogelsoort, het ornaatelfje. Deze vogels werken soms samen in groepen van drie of meer om de eieren en de kuikens te beschermen.

Dit gedrag heet 'coöperatief broeden' en komt voor bij dieren met monogame relaties in onvoorspelbare en snel veranderende milieus: de overlevingskansen van een soort zijn dan waarschijnlijk groter.

Afrika

Voor deze ornaatelfjes lijkt er nog een andere reden te zijn, namelijk de aanwezigheid van broedparasieten, zoals de koekoek die haar eieren legt in nesten van andere vogelsoorten.

De onderzoekers ontdekten dat er twee regio's in de wereld zijn waar coöperatief broeden en broedparasieten welig tieren, namelijk in de Afrika beneden de Sahara en in Australazië.

Wat bleek? De coöperatief broedende vogels lijken aantrekkelijker voor broedparasieten om een ei bij te leggen. Dit komt doordat de samenwerkende vogels beter voor hun gebroed zorgen en op die manier dus ook een jong van een broedparasiet beter verzorgen. Deze jongen groeien uiteindelijk uit tot grotere en sterkere vogels, wat ook een voordeel voor de broedparasieten is.

Bestand

Maar het werkt ook andersom. Hoe groter de groep coöperatieve vogels, hoe beter ze bestand waren tegen de broedparasieten. Het lijkt dus voor beiden handig: de parasieten die een ei in een nest van goed samenwerkende ornaatelfjes weten te krijgen, kunnen op betere verzorging rekenen terwijl de ornaatelfjes meer eigen nakomelingen krijgen.

In het licht van de bevindingen, suggereren de onderzoekers dat broedparasitisme een mogelijke factor is in het ontstaan van coöperatieve vogelpopulaties.