Moeders schatten de lengte van hun jongste kind relatief vaak te laag in. Dat zou blijken uit een nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Als vrouwen moeten aangeven hoe lang hun jongste kind is, onderschatten ze de lengte van die zoon of dochter in hun vroege jeugd met gemiddeld 7,5 centimeter.

Dat verklaart mogelijk waarom veel moeders na de geboorte van een nieuwe baby het gevoel hebben dat hun andere kinderen plotseling flink zijn gegroeid.

Tot die conclusie komen Australische onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Streepje

De wetenschappers ondervroegen bij het onderzoek 747 moeders uit Australië met meer dan één kind. Veel vrouwen (70 procent) gaven op een vragenlijst aan dat ze na de geboorte van hun jongste kind het idee hadden dat hun oudere kinderen een groeispurt hadden doorgemaakt.

De onderzoekers vroegen de vrouwen vervolgens om de lengte van hun jongste kinderen (allemaal in de leeftijd tussen twee en zes jaar) in te schatten door een streepje op de muur te zetten.

Toen de hoogte van het streepje werd vergeleken met de werkelijke lengte, bleken de kinderen van de meeste deelnemers in werkelijkheid een stuk langer.

Baby

Volgens hoofdonderzoeker Jordy Kaufman toont zijn onderzoek aan dat ouders met een speciale blik naar hun jongste kind kijken.

"De ouders uit het onderzoek hadden constant de illusie dat hun jongste kinderen minder lang waren dan dat ze in werkelijkheid waren", verklaart hij in de Britse krant The Guardian. "Als er een nieuw kind wordt geboren, wordt die illusie verbroken en daardoor lijkt er plotseling een groeispurt op te treden."

Deze 'baby-illusie' heeft volgens Kaufman gevolgen voor de opvoeding. "De belangrijkste implicatie is dat we onze jongste kinderen als jonger behandelen dan ze daadwerkelijk zijn", verklaart hij. "Ons onderzoek toont eigenlijk aan dat de baby van de familie dat stempel nooit ontgroeit."