Neanderthalers begroeven zeer waarschijnlijk hun overleden soortgenoten. Dat blijkt uit een nieuw wetenschappelijk onderzoek.  

Vier lichamen van Neanderthalers die zijn gevonden in een grot in La Chapelle-aux-Saints in het zuidwesten van Frankrijk blijken bijzonder goed bewaard gebleven

De onaangetaste staat van de 50.000 jaar oude botten versterkt het vermoeden dat de oermensen zijn begraven door andere leden van hun groep.

Dat schrijven onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.  

Dieren

In 1908 werd het eerste Neanderthalerskelet ontdekt in La Chapelle-aux-Saints. Onderzoekers speculeerden toen al dat het lichaam was begraven, omdat het skelet zo compleet was.

Bij de nieuwe, dertien jaar durende studie werden alle botten opnieuw onder de loep genomen en vergeleken met skeletten van dieren die in de grot zijn aangetroffen. Deze dierlijke skeletten bleken veel meer sporen van slijtage te vertonen.

Tijdens het onderzoek in de grot stuitten de wetenschappers ook op drie andere skeletten van Neanderthalers (twee kinderen en een volwassene), zo meldt de New York Times.

Pragmatisch

Ook deze botten verkeren volgens hoofdonderzoeker William Rendu in opvallend goede conditie. "Er zijn geen tekenen van weerinvloeden of aantasting door wilde dieren te vinden", verklaart hij op de nieuwssite van New York University.

Een begrafenis is volgens hem dan ook de enige verklaring voor de goede staat van de Neanderthalerbotten.

"De onaangetaste staat impliceert dat de skeletten snel nadat de dood intrad zijn begraven. We weten niet of dat een symbolisch ritueel was of meer een pragmatische handeling, maar deze ontdekking vermindert de afstand in gedrag tussen Neanderthalers en moderne mensen."