Katten beschermen de mens vermoedelijk al meer dan vijfduizend jaar tegen muizen. Uit vondsten in China blijkt dat de boeren en katten toentertijd nauwe banden met elkaar hadden. 

De boeren gaven de dieren graan te eten en zorgden er zo voor dat ze een huisdier werden. Dat stellen Chinese onderzoekers in het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Naar schatting zijn er op dit moment 500 miljoen katten in de wereld, schrijven de onderzoekers onder leiding van Yaowu Hu van de Chinese Academie van Wetenschappen.

Hoe de katten ooit werden getemd, is nauwelijks bekend. Uit schilderingen valt op te maken dat in Egypte katten al vierduizend jaar geleden als huisdier werden gehouden.

Op Cyprus zijn de resten van een wilde kat gevonden die ongeveer 9.500 jaar geleden samen met een mens werd begraven.

Botten

De Chinese onderzoekers hebben acht botten van zeker twee katten onderzocht die in het dorp Quanhucun in de Centraal-Chinese provincie Shaanxi zijn gevonden. De onderzoekers gaan ervan uit dat ze zeker 5.300 jaar oud zijn en dat ze uit de tijd stammen dat de katten werden getemd.

Onderzoek van de botten van de katten en andere dieren en van een mens toonde aan dat ze alle drie veel graan aten, vooral gierst.

Een van de katten ging waarschijnlijk niet meer op jacht, maar stelde zich tevreden met het graan dat mensen hem gaven. Eén dier is erg oud geworden en dat wijst erop dat de dieren in de omgeving van de mens goed gedijden.