Niet aangeboren vaardigheid, maar veel oefenen zorgt voor goede wiskundigen.

Dat blijkt uit onderzoek van de Noorse University of Science and Technology uit Trondheim dat deze week is verschenen in het tijdschrift Pychological Reports.

Om dit uit te vinden, onderzochten de wetenschappers de reken- en wiskundevaardigheden van 70 Noorse kinderen met een gemiddelde leeftijd van 10,5 jaar.

De resultaten suggereren dat het belangrijk is om alle verschillende soorten wiskunde goed te oefenen om in allen goed te worden. De vaardigheden lijken dus niet iets waarmee we worden geboren.

Dat gaat in tegen de traditionele kijk op wiskunde en cijferen in het algemeen, waarbij iemand die er goed in is, er simpelweg mee geboren zou zijn. Iemand die goed is in de ene soort wiskunde, beheerst dus niet probleemloos een andere vorm zonder deze ook eerst goed te moeten oefenen.

De onderzoekers keken zowel mondeling als schriftelijk naar negen vormen van wiskunde en rekenen. Dat ging van normaal optellen en aftrekken tot mondeling vermenigvuldigen en het begrip van klok en kalender.

Lezen

Het gebruik van mondelinge tests heeft onder andere te maken met het feit dat tot 20 procent van de Noorse jongens op de basisschool problemen heeft met lezen.

"Sommige studenten zijn goed in geometrie, maar niet zo goed in algebra," zegt hoofdonderzoeker Hermundur Sigmundsson. "In dat geval moeten ze meer oefenen met algebra, iets waar de meeste kinderen problemen mee hebben."

De onderzoekers sluiten hun paper af met de opmerking dat de studie vraagt om uitbreiding van het onderzoek. Onder andere om grotere onderzoeksgroepen te verkrijgen, verdeeld over meerdere leeftijdscategorieën.