Veroudering wordt gezien als het geleidelijk afnemen van de vruchtbaarheid en het toenemen van de kans om te overlijden. Dat patroon blijkt bij lang niet alle diersoorten voor te komen.

Onderzoekers van onder meer de Universiteit van Amsterdam publiceren deze week een lijst met opmerkelijke uitzonderingen in Nature.

Ze brachten de sterf- en voortplantingskansen in kaart van elf zoogdieren, twaalf andere gewervelde dieren, twaalf ongewervelden, twaalf planten en een alg. 

Zowel bij lang- als kortlevende soorten blijken er flink wat uitzonderingen te bestaan op de regel dat vruchtbaarheid afneemt en sterftekans toeneemt.

Moderne mens

Een van die uitzonderingen is de moderne mens. Dankzij de moderne geneeskunde en de relatief lage kans op ongelukken en moord is de sterfkans tot ver in ons leven extreem laag en neemt deze na ons zeventigste levensjaar plots scherp toe.

De vruchtbaarheid piekt tussen vijftien en veertig jaar en daalt dan tot nul. Bij onze verre voorouders was de kindersterfte hoger en de kans op ongevallen ook.

Chimpansee

Wij zijn geneigd te denken dat dit 'natuurlijke veroudering' is, maar bij veel andere dieren zien deze grafieken er heel anders uit. De chimpansee bijvoorbeeld heeft een geleidelijk oplopende sterfkans.

Er zijn ook behoorlijk wat soorten waarbij de sterftekans vrijwel constant is door het leven heen. 

Hydra's bijvoorbeeld (kleine, eenvoudige zoetwaterwezens) kennen geen veroudering en sterven daardoor alleen door externe factoren zoals ziekten of ongelukken. Sterven is dan een kansproces.

Krokodillen

Andere opmerkelijke voorbeelden zijn de woestijnschildpad, waarbij de sterfkans met de leeftijd juist afneemt. Bepaalde zoetwaterkrokodillen worden naarmate ze ouder worden steeds vruchtbaarder.

De witte mangrove heeft aan het begin van zijn leven een extreem hoge sterftekans, die in de eerste levensjaren sterk afneemt.

De onderzoekers stellen dat de voorbeelden laten zien dat ons concept van veroudering niet zo vanzelfsprekend is als we vaak denken. Dat weefsels naarmate we ouder worden van nature langzaam slijten en op een bepaald moment 'op' zijn, is dus geen vaststaand feit.