Als mensen bang zijn voor het geluid van de tandartsboor, is dat te zien op hersenscans. Dat zou blijken uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. 

Mensen die het gezoem van een een tandartsboor afschrikwekkend vinden, vertonen bij het horen van het geluid opvallend veel activiteit in de nucleus caudatus, een hersenkern die betrokken is bij leren en herinneren.     

Als mensen geen angst voor de tandartsboor hebben, worden vooral hersengebieden actief die zijn betrokken bij het verwerken van geluiden.

Die bevinding presenteren Japanse onderzoekers op een bijeenkomst van de Society for Neuroscience in San Diego.

Boorgeluiden

De onderzoekers lieten twintig proefpersonen luisteren naar boorgeluiden uit een tandartspraktijk en maakten vervolgens een fMRI-scan van hun hersenen.

Van tevoren was met een vragenlijst vastgesteld welke van de deelnemers een sterke fobie hadden voor de tandartsboor.

Uit de scans bleek dat bij deze proefpersonen andere hersengebieden actief werden dan bij de mensen die geen angst hadden voor de tandarts.

Reacties

"Alle deelnemers werden geïsoleerd in een fMRI-ruimte, waar ze luisterden naar de tandartsgeluiden", verklaart hoofonderzoeker Hiroyuki Karibe in de Britse krant The Guardian. "We konden dus niet zien of horen hoe ze reageerden op de geluiden, maar we konden hun reacties wel waarnemen op de hersenscans."

Het experiment is nog te klein om definitieve conclusies aan te verbinden. Maar volgens Karibe kunnen hersenscans in de toekomst mogelijk worden gebruikt om de effectiviteit van behandelingen tegen een tandartsfobie te testen.

"Wij geloven dat de bevindingen kunnen worden toegepast om in te schatten hoe effectief bijvoorbeeld cognitieve therapie is bij mensen die een grote angst voor tandartsbehandelingen hebben."