De hersenstructuur van jonge kinderen verandert niet of nauwelijks door taalverwerving, zo suggereert een nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Als peuters beginnen met praten leidt dat in hersengebieden voor taal niet tot het ontstaan van nieuwe hersenstructuren.

In plaats daarvan gaan de kinderen tussen hun tweede en vierde levensjaar waarschijnlijk bestaande hersengebieden op een andere manier gebruiken onder invloed van hun omgeving.

De invloed van de omgeving is in die levensfase waarschijnlijk dan ook zeer bepalend is voor het leren van een taal, zo melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Neuroscience.

Hersencellen

De wetenschappers maakten hersenscans van 108 kinderen tussen de één en zes jaar. Ze keken naar de aanmaak van myeline in hersengebieden die op latere leeftijd betrokken zijn bij taal.

Verrassend genoeg bleek de verdeling van deze stof over hersengebieden voor taal constant bij de kinderen gedurende hun vroege jeugd. Taalverwerving bleek niet van invloed op de aanmaak van myeline. 

Er was wel een verband tussen de hoeveelheid myeline in bepaalde hersengebieden en de scores van de kinderen bij taaltesten, maar alleen op latere leeftijd.

Omgeving

"Regio's van het brein die bij jonge kinderen nog niet belangrijk zijn voor goede taalprestaties worden belangrijker bij oudere kinderen", hoofdonderzoeker Jonathan O’Muircheartaigh.

"We zien dat de verdeling van myeline de taalvaardigheid van kinderen nog niet goed voorspelt als ze tussen de twee en vier jaar oud zijn. Maar naarmate ze ouder en wijzer worden gaan ze waarschijnlijk meer van deze structuren gebruiken voor taal. "

Volgens de wetenschappers suggereert het onderzoek dat niet de ontwikkeling van het brein maar invloed van de omgeving tussen het tweede en vierde levensjaar van grote invloed is op taalverwerving. Om die stelling te bewijzen zijn echter studies nodig waarbij kinderen over een langere periode worden gevolgd. 

Kindermishandeling

Ook eerdere wetenschappelijke bevindingen wijzen erop dat er een kritieke periode bestaat waarin mensen taal kunnen leren, maar alleen als ze op de juiste manier worden gestimuleerd.

Een bekend voorbeeld is een Amerikaans geval van kindermishandeling uit de jaren zestig dat in de medische literatuur wordt aangeduid als de casus Genie. 

Tot haar dertiende levensjaar werd Genie opgesloten in een kamer in haar ouderlijk huis in Californië. Er werd door haar ouders nauwelijks tegen haar gesproken en ze leerde dan ook niet praten. Toen het meisje uiteindelijk werd bevrijd, slaagde ze er nooit meer in om haar taalachterstand in te halen.