Een groot probleem voor historische schilderijen is dat het rood-oranjeachtig pigment vermiljoen vaak zwart wordt. 

De boosdoener blijkt kwik dat ontstaat bij blootstelling aan chloorionen en licht.

Dat schrijven Belgische onderzoekers van de Universiteit van Antwerpen deze week in het tijdschrift Angewandte Chemie.

De ontdekking is een eerste stap voor conservatoren om verdere achteruitgang van meesterwerken tegen te gaan.

Vermiljoen

Het probleem komt voor bij zowel oude fresco’s uit de Romeinse tijd als bij schilderijen van veel later datum.

Vermiljoen, dat in de natuur gevonden wordt als het mineraal cinnaber, is gemaakt van de elementen zwavel en kwik.

In 2005 bleek al uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat vermiljoen via bepaalde reacties waar ook chloorionen een rol spelen, afgebroken kan worden tot iets wat zorgt voor het zwart-worden.

Vluchtig

De onderzoekers vermoedden toen dat het te maken zou hebben met kwik, maar het kwik is in metallische vorm erg vluchtig.

Om te bewijzen dat het veranderde pigment elementair, of ‘metallisch’, kwik was, voerden de Belgische onderzoekers een experiment uit door het pigment op een oppervlak van platina te smeren en het vervolgens in water te dopen waar chloorionen inzaten.

Daarna beschenen ze het met een laser, waarna het pigment zwart werd. Door vervolgens een elektrische stroom door het water te laten gaan, konden de onderzoekers meten dat tijdens het proces van zwart worden inderdaad metallisch kwik de boosdoener was.

Waardevol

Een van de onderzoekers van het Amsterdamse experiment, Katrien Keune, zegt in Nature dat het aantonen van hoe het zwart ontstaat door het Belgische team zeer waardevol is om betere manieren te verzinnen om kunstwerken te beschermen.

Schilderijen niet meer blootstellen aan licht is geen optie, maar ze beschermen tegen chloorionen zou mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld door een goede vernislaag.