Daders van georganiseerde misdaad zijn lang niet altijd doorgewinterde boeven die van jongs af aan misdrijven hebben gepleegd. Integendeel, vaak beginnen zij pas op latere leeftijd aan een carrière in de onderwereld.

Dat concludeert criminologe Vere van Koppen, die op 8 oktober hoopt te promoveren aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Van Koppen onderzocht gegevens van ruim 1600 daders, betrokken bij 120 criminele groepen, uit de Monitor Georganiseerde Criminaliteit en interviewde in de gevangenis 15 mannen en één vrouw die voor hun rol in een misdaadbende zijn veroordeeld.

Goede baan

Van de groep geïnterviewden pleegden tien mensen pas op latere leeftijd voor het eerst een misdrijf. Zeven van deze late starters hadden een goede baan, waren getrouwd (sommigen hadden kinderen) en hadden geen opvallende problemen in hun dagelijks leven. Negen van de tien legden een eerste contact met mededaders op de werkvloer.

Daders die eerst een normaal leven in de bovenwereld hebben geleid, zijn in de onderwereld goed in te zetten. Zij hebben vaak kennis en contacten in de legale wereld die criminelen prima kunnen gebruiken en ze vormen een welkome aanvulling op de door de wol geverfde boeven die, op hun beurt, de weg in het milieu goed kennen.

Kennis, capaciteiten en contacten zijn in de georganiseerde misdaad broodnodig.

Strakke planning

Nederlandse georganiseerde misdaad bestaat veelal uit internationale drugshandel, mensensmokkel en -handel, wapenhandel, witwassen en misdrijven als ondergronds bankieren en ontduiking van heffingen en accijnzen. Dit soort zaken vraagt om een strakke planning en goede logistieke en financiële afspraken.

Daders van georganiseerde misdaad plegen in hun gehele criminele loopbaan ernstiger delicten: al bij de eerste veroordeling krijgen zij twee keer zo vaak een celstraf opgelegd als ‘gewone’ daders, terwijl die straffen dan ook nog eens meer dan drie keer zo hoog zijn.