Voor het eerst hebben onderzoekers door mensen geloosde plasticresten tot vijfduizend meter onder de oceaanspiegel aangetroffen.

Onderzoekers van de Universiteit van Gent presenteren de bevinding deze week in Environmental Pollution.

Het gaat om zogeheten microplastics. Dit zijn miniscule plasticdeeltjes van minder dan vijf millimeter. Ze ontstaan doordat grotere stukken plastic die in het water gedumpt zijn uiteenvallen.

Daarnaast worden kleine plasticbolletjes gebruikt om scrubgel of tandpasta een licht schurende werking te geven.

Plastic soep

Het was al bekend dat een deel van het gedumpte plastic aan het oceaanoppervlak blijft en in de Stille Oceaan een 'plastic soep' vormt ter grootte van 34 keer Nederland. Of het plastic ook diepere zeelagen bereikt, was nog niet duidelijk.

De Vlamingen namen bodemmonsters van 25 vierkante centimeter op vier verschillende plekken in de oceanen, variërend van 1.200 tot bijna vijfduizend meter diepte. Daar haalden ze met behulp van een zoutoplossing de mogelijk aanwezige deeltjes uit.

Nijl

Op drie van de vier plekken troffen ze plasticdeeltjes aan. Eén deeltje vonden ze even ten noorden van de Nijl in de Middellandse Zee, op 1.176 meter diepte. Eén deeltje vonden ze in de Zuidelijke Oceaan op 2.759 meter en twee deeltjes in de Atlantische Ocaan op 4.843 meter diepte.

Op basis van hun (beperkt aantal) monsters schatten ze dat de dichtheid van microplastics in de diepzee 0,5 deeltje per 25 vierkante centimeter is. De concentratie is veel lager dan de hoeveelheid deeltjes aangetroffen in sommige kustbodems (621.000 deeltjes per kilogram zand).

Het is nog niet duidelijk wat de invloed van deze plasticdeeltjes op het zeeleven is. Waarschijnlijk is die niet groot, maar de onderzoekers benadrukken dat het aantal deeltjes op deze diepte steeds verder zal toenemen, zolang er plastic in de oceanen wordt geloosd.