De Maya's sneden de lichamen van hun krijgsgevangenen waarschijnlijk in stukken, zo blijkt uit een opgraving in Mexico. 

Een 1.400 jaar oud massagraf in de oude Maya-stad Uxul bevat lichamen die ontdaan zijn van schedels en andere lichaamsdelen.

Snijsporen op de botten wijzen erop dat de slachtoffers moedwillig zijn onthoofd en verminkt. Waarschijnlijk was deze marteling van krijgsgevangenen een traditie onder de Maya's. 

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Bonn.

Opgraving

De wetenschappers zijn al vijf jaar bezig met de opgraving van het graf in de Mexicaanse staat Campeche. Inmiddels hebben ze 24 skeletten blootgelegd.

"Tijdens de opgraving werd al snel duidelijkdat de skeletten zich niet meer in hun oorspronkelijke anatomische toestand bevonden", verklaart hoofdonderzoeker Nicolaus Seefeld.   

De schedels van de skeletten lagen verspreid door het graf. Ook was bij sommige individuen de onderkaak verwijderd. Vermoedelijk waren de slachtoffers van de marteling tussen de 18 en 42 jaar oud.

De wetenschappers troffen bij veel skeletten snijsporen aan op de nekwervels. "Die sporen zijn een duidelijke aanwijzing dat deze mensen zijn onthoofd", aldus Seefeld.

Kunst

De opgegraven skeletten vertonen volgens de wetenschappers overeenkomsten met martelingsrituelen die vaak terugkomen in Maya-kunst.

Zo zijn er in de Mexicaanse plaats Bonhampak muurschilderingen van Maya's te zien waarop onthoofdingen en verminkingen van krijgsgevangenen zijn afgebeeld.

"De ontdekking van dit massagraf bewijst dat verminkingen van krijgsgevangenen die te zien zijn in Maya-kunst daadwerkelijk werden uitgevoerd", aldus onderzoeker Nikolai Grube.