De grootste vis die ooit geleefd heeft, kon ruim 16 meter lang worden. Dat hebben Schotse wetenschappers berekend. 

De zogenoemde Leedsichthys deed er waarschijnlijk 38 jaar over om zijn maximale lengte van 16,5 meter te bereiken.

Op de leeftijd van 20 jaar besloeg de lengte van de vis waarschijnlijk nog maar 8 tot 9 meter. Dat meldt de Universiteit van Glasgow.

Het is voor het eerst dat de maximale lengte en de groeicurve van de prehistorische vis nauwkeurig is berekend op basis van wetenschappelijk onderzoek. 

Skeletten

De Schotse onderzoekers baseren hun bevindingen op een analyse van verschillende skeletten van de prehistorische vissensoort. Dat was een ingewikkelde klus, aangezien er niet één compleet skelet is teruggevonden.

 "We keken daarom niet alleen naar de botten, maar ook naar interne groeistructuren die je kunt vergelijken met de groeiringen in boomstammen", verklaart hoofdonderzoeker Jeff Liston. "Op die manier kregen we een idee van de leeftijd en de lengte van de bestudeerde dieren."

Uit het onderzoek bleek dat de Leedsichthys waarschijnlijk groter kon worden dan de walvishaai, de soort die op dit moment bekend staat als de grootste vis. Walvishaaien kunnen een lengte van ongeveer 14 meter bereiken.

Plankton

De wetenschappers beschrijven hun bevindingen uitgebreid in het wetenschappelijk tijdschrift Mesozoic Fishes 5: Global Diversity and Evolution.

Net als de walvishaai voedde de Leedsichthys zich met plankton. De grote vissen beschikten over bijzondere kieuwen waarmee ze plankton konden filteren uit het zeewater dat door hun mond stroomde.

"De kieuwen functioneerden eigenlijk als het net van een trawlvisser", aldus Liston. "De techniek was vanzelfsprekend erg effectief, gezien het grote formaat dat de dieren konden bereiken."