Klimaatverandering was mogelijk de drijfkracht achter de ondergang van een aantal machtige beschavingen aan het einde van de bronstijd.

Franse archeologen hebben bewijs gevonden voor een periode van droogte en kou zo'n 1200 jaar voor Christus. De klimaatverandering valt samen met de ondergang van een aantal beschavingen rond de Middellandse zee, in het gebied waar nu Griekenland, Egypte, Cyprus, Syrië, Israël en Turkije liggen.

Ongeveer gelijktijdig, aan het einde van de bronstijd, vervielen rijke en machtige Egyptische, Aegeïsche, Syro-Palestijnse en Hettitisch maatschappijen. De volkeren gingen ten onder aan oorlogen en volksmigraties. Maar waarom dit precies gebeurde is een mysterie onder archeologen.

300 jaar

Franse onderzoekers publiceerden woensdag in PLOS One een studie waaruit blijkt dat een 300 jaar durende periode van kou en droogte hier mogelijk de drijfkracht achter was.

De wetenschappers onderzochten overblijfselen van pollen in het sediment van een eeuwenoud meer op Cyprus. Uit veranderingen in de plantengroei zou blijken dat er sprake was van een relatief plotselinge klimaatverandering.

Hongersnood

Droogte en kou rond de Middellandse zee zouden hebben gezorgd voor mislukte oogsten en hongersnood. Dit zou hebben geruslteerd in in oorlog en volksmigraties. In de crises vervielen rijke samenlevingen en ontstonden er nieuwe.

Wat de oorzaak was van de plotselinge klimaatverandering is niet duidelijk.