Er kan beter een nieuwe Wet op de dierproeven komen dan een aangepaste. Dat oordeelt de Afdeling advisering van de Raad van State.

De regering wil een Europese richtlijn inpassen in de eigen wet over de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

Maar deze toevoeging doet afbreuk aan de overzichtelijkheid en de toegankelijkheid van de wet, stelt de Afdeling advisering. Ze vindt dat het meer voor de hand ligt een geheel nieuwe wet op te stellen. Het inpassen van de richtlijn gebeurt ook nog eens dik een half jaar te laat.

De gevolgen daarvan moeten worden onderzocht, zegt de Raad van State.

Verder heeft de Raad vragen over de definitie van 'dierproef' die wordt gehanteerd en over de instelling van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD).