De eerste ivf-baby is geboren na het toepassen van een techniek die bepaalt welke embryo’s in de baarmoeder teruggeplaatst mogen worden. 

Met behulp van de nieuwe generatie sequencing-technologieën blijken onderzoekers van de University of Oxford in staat om embryo’s te selecteren die de beste kans hebben om uit te groeien tot een gezonde baby.

Dat laten ze weten op het jaarlijkse congres van de European Society for Human Reproduction and Embryology in Londen. 

Uiteindelijk zou dit moeten leiden tot hogere slagingskansen bij ivf en een lager risico op een miskraam. 

Levensvatbaar

Tot dusver bleek het lastig bij ivf te bepalen welke embryo levensvatbaar is en welke zodoende teruggeplaatst kan worden in de baarmoeder en een gezonde zwangerschap oplevert. Gemiddeld lukt dat nu bij slechts dertig procent van de embryo’s. 

Onderzoekers proberen al jaren te achterhalen waarom dat aantal zo laag is. Ze vermoeden dat genetische of chromosomale fouten hiervan de oorzaak zijn, maar ze slagen er niet in om die fouten op te sporen.

Volgorde

De nieuwe techniek is in staat heel precies de volgorde te bepalen waarop een stuk DNA is opgebouwd. Hierdoor worden eventuele fouten beter zichtbaar. Bovendien levert de techniek binnen 16 uur resultaten op, waardoor embryo’s niet ingevroren hoeven te worden. De precisie en de snelheid zorgen ervoor dat de kosten voor embryoselectie omlaag kunnen.

Nadat ze onderzoekers in het lab hadden bepaald dat de techniek fouten heel precies op kon sporen, pasten ze deze voor het eerst in de kliniek toe. Ze namen cellen van zeven embryo’s van vijf dagen oud, afkomstig van twee stellen die ivf ondergingen. De moeders waren 35 en 39 jaar oud en een ervan had eerder een miskraam gehad. 

Bij de jongste vrouw vonden ze drie (chromosomaal gezien) gezonde embryo’s. Bij de andere wensmoeder waren dat twee. Beide moeders werden zwanger. De 35-jarige beviel deze maand van een gezonde jongen.