De bacteriepopulaties die mensen bij zich dragen in hun darmen bestaan uit een deel dat nauwelijks verandert en een gedeelte dat zich aanpast.

Dat schept kansen voor het vroeg diagnosticeren en behandelen van ziekten zoals metabool syndroom.

Dat blijkt uit een publicatie die is verschenen in de online editie van Science.

Microbioom

Onderzoekers van de Universiteit van Washington in St. Louis ontwikkelden een nieuwe, betrouwbaardere methode om de verschillende darmbacteriepopulaties te meten en over langere tijd te volgen. De methode is gebaseerd op analyse van het bacterieel DNA, het zogeheten microbioom.
 
De Amerikaanse onderzoekers gebruikten hun nieuwe methode om poepmonsters te analyseren die ze gedurende vijf jaar eens in de zoveel weken hadden verzameld bij 37 vrijwilligers.

De proefpersonen bleken elk zo’n tweehonderd verschillende bacteriestammen in hun darmen bij zich te dragen. Elk beschikten ze over een uniek profiel van bacteriesoorten en dat profiel bleef gedurende de onderzoeksperiode behoorlijk gelijk: zes op de tien stammen die aan het begin van de studie aanwezig waren, waren dat aan het eind ook nog. Vooral de meest voorkomende soorten bleken blijvertjes.

Dieet

Vier van de deelnemers gingen tijdens het onderzoek op dieet, waarbij ze alleen eiwitshakes dronken en zo’n tien procent van hun lichaamsgewicht verloren. Dit had een duidelijk effect op de samenstelling van hun darmpopulatie, zowel tijdens als na het dieet. Ondanks dat behielden ook zij hun karakteristieke profiel.
 
De resultaten duiden erop dat de darmpopulatie is opgebouwd uit een harde kern van vaste bewoners en een flexibel deel dat verandert onder invloed van omstandigheden zoals verandering van leefstijl, lichaamsgewicht en ziekte. De bacteriën in ons darmstelsel zijn belangrijk omdat ze een deel van onze voedselvertering uitvoeren, en daarnaast ook ons metabolisme en immuunsysteem beïnvloeden.

Obesitas

"Deze studie laat zien dat het microbioom waardevolle informatie bevat over de toestand van ons lichaam", zegt Willem de Vos, hoogleraar microbiologie aan de Universiteit van Wageningen, die niet betrokken was bij de studie. "Het monitoren van deze bacteriepopulaties biedt daarom kansen voor vroege diagnostiek van onder meer obesitas en metabool syndroom, en uiteindelijk zelfs voor behandeling, door gerichte beïnvloeding van het flexibele deel van de darmflora."