Walvissen kunnen een uur onderwater blijven door een speciaal eiwit, zo blijkt uit een nieuwe studie.

Walvissen, zeehonden en andere zoogdieren die lange tijd zonder zuurstof kunnen, beschikken over bijzonder veel myoglobine in hun spieren, een eiwit dat zuurstof kan opslaan.

Normaal gesproken klonteren deze eiwitten samen als er een te hoge concentratie wordt bereikt, waardoor de stof zijn functie verliest.

Zoogdieren die lang onderwater kunnen verblijven, hebben in de loop van de evolutie echter een versie van het eiwit ontwikkeld die niet samenklontert. Dat schrijven Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Potvissen

Bij hun studie onttrokken de wetenschappers myoglobine uit de spieren van verschillende zoogdieren: van potvissen en zeehonden tot muizen. Ook reconstrueerden ze het eiwit van de voorouders van deze dieren op basis van het DNA uit fossielen.

Uit de vergelijking tussen de verschillende versies van myoglobine blijkt dat zoogdieren die lang onderwater kunnen blijven, beschikken over een speciale ‘niet-plakkerige’ variant van het eiwit. "De eiwitten stoten elkaar af, net als de gelijke polen van een magneet", verklaart hoofdonderzoeker Michael Berenbink van de Universiteit van Liverpool op BBC News.

Verstopt

Door deze bijzondere eigenschap van het eiwit raken de spieren van walvissen en zeehonden niet 'verstopt' met myoglobine en kunnen ze meer zuurstof opslaan in hun lichaam dan bijvoorbeeld mensen. Zo kunnen potvissen ruim een uur onderwater blijven.

Door de ontdekking van de verschillende varianten van myoglobine kunnen wetenschappers op basis van dit eiwit ook meer te weten komen over het gedrag van uitgestorven diersoorten.

"We kunnen nu naar fossielen kijken en inschatten hoe lang bepaalde dieren konden duiken", aldus Berenbink.