De uitspraak van een taal houdt verband met de hoogte waarop de sprekers leven. Dat blijkt uit een nieuwe studie. 

Mensen die leven in gebieden op relatief grote hoogte spreken vaker een taal met zogenoemde ejectieve medeklinkers, oftewel explosieve klanken die worden geproduceerd zonder lucht uit de longen te gebruiken.

Van alle talen waarin ejectieve medeklinkers voorkomen, wordt 87 procent gesproken op minder dan 500 kilometer afstand van een gebied dat op grote hoogte ligt (minimaal 1500 meter boven zeeniveau). 

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Luchtdruk

De wetenschappers brachten de locatie in kaart van 600 talen, een representatieve steekproef ten opzichte van de bijna 7000 talen die wereldwijd worden gesproken. Uit het onderzoek kwam een sterk verband naar voren tussen talen waarin ejectieve consonanten voorkwamen en lokaties op grote hoogte, zoals het Andesgebergte, de Ethiopische hooglanden en de Noord-Amerikaanse Cordillera. 

Volgens hoofdonderzoeker Caleb Everett is dat verband goed verklaarbaar. Bij het uitspreken van ejectieven wordt de longen niet gebruikt, maar wordt lucht samengeperst tussen de stembanden en de plaats van articulatie. Deze lucht wordt vervolgens weer uitgestoten met een duidelijk hoorbare uitbarsting.

"Omdat op grote hoogte de luchtdruk afneemt, is het gemakkelijker om lucht samen te persen", aldus Everett op nieuwssite ScienceDaily. "Ik speculeer dat het daardoor ook gemakkelijker is om ejectieve medeklinkers te produceren."

Tibet

Deze niet-pulmonische medeklinkers, waarbij geen lucht uit de longen wordt gebruikt, komen niet voor in het Nederlands.

Ejectieven zijn echter betrekkelijk eenvoudig te produceren: zet je tong in de stand om een 'k' uit te spreken, houdt de lucht vast (je voelt de druk groeien) en laat los.   

De enige hooggelegen regio uit de studie waar talen geen ejectieve medeklinkers bevatten, is Tibet. Eerder is aangetoond dat de bewoners van deze regio een lichamelijke aanpassing hebben ontwikkeld voor het leven op hoogte.

Zo halen Tibetanen gemiddeld genomen sneller adem dan andere volken die op grote hoogte leven. Volgens Everett verklaart dit mogelijk waarom ze geen ejectieve medeklinkers gebruiken