Veel meer diersoorten dan gedacht kunnen uitsterven door klimaatverandering. 

Dat blijkt woensdag uit onderzoek van de International Union for Conservation of Nature, waar in Nederland onder meer Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Milieudefensie bij zijn aangesloten.

Voorheen werd vooral gekeken in welke mate de dieren waren blootgesteld aan de klimaatverandering, en aan de hand daarvan bepaald hoeveel soorten en er gevaar liepen om uit te sterven. De onderzoekers keken ditmaal ook hoe goed vogels, amfibieën en koralen tegen klimaatverandering kunnen en hoe goed ze zich kunnen aanpassen. Door deze eigenschappen van dieren mee te rekenen, blijkt het aantal bedreigde diersoorten veel groter.

Gevaar

Zo'n 22 procent van alle vogelsoorten loopt gevaar om uit te sterven. Onder koraal is dat ongeveer een derde van de soorten en voor amfibieën ruim 40 procent. Er werd gedacht dat dat voor elke soort zo’n 6 tot 15 procent was.

De soorten die het meest gevaar lopen om het warmer worden van de aarde niet te overleven, wonen overigens vooral in het Amazonegebied (vogels en amfibieën) en op de koraalriffen rond de Filipijnen en Indonesië.

Dat betekent ook dat er dieren zijn die in een gebied wonen waar ze weinig last hebben van de klimaatverandering en dus mogelijk de tijd hebben om zich aan te passen. Ook is er een aanzienlijk aantal soorten dat niet veel last heeft van de klimaatverandering. Desondanks pleiten de onderzoekers ervoor om minder broeikasgassen uit te stoten, om zo diersoorten te behoeden van uitsterven.