Bloedtest betrouwbaar in opsporing syndroom van Down

De nieuwe bloedtest voor vrouwen die elf tot dertien weken zwanger zijn, is betrouwbaar in het opsporen van het syndroom van Down en andere genetische afwijkingen.

Dat schrijven onderzoekers van de King's College London in England vrijdag in de online editie van Ultrasound in Obstetrics & Gynecology.

Dit is het eerste onderzoek dat aantoont dat de bloedtest betrouwbaarder is dan de huidige prenatale screeningsmethodes, zoals de combinatietest. 

Andere manieren die nu worden gebruikt om genetische afwijkingen bij ongeboren baby’s op te sporen zijn een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest. Het nadeel aan deze methodes is de kans op een miskraam (0,5 procent). Bij de nieuwe test is die kans niet aanwezig. Er is alleen een buisje bloed van de zwangere nodig om het DNA van de baby te analyseren. Bovendien kan de bloedtest enkele weken eerder worden gedaan.

Test

De onderzoekers testten 1005 zwangeren die 10 weken zwanger waren. Daaruit bleek dat de bloedtest betrouwbaarder is dan de combinatietest. Bij de combinatietest analyseren verloskundigen zowel de nekplooi als het bloed. Na afloop weet de zwangere of haar baby een verhoogde kans op een genetische afwijking heeft. Die kans blijkt nu vaak onterecht te hoog. Na een aansluitende vlokkentest of vruchtwaterpunctie blijkt dat er niks met de baby aan de hand is. 

Een tweede onderzoek, dat vrijdag in hetzelfde vakblad verscheen, concludeerde dat de bloedtest in 98 procent van de gevallen betrouwbaar de baby’s met Down syndroom opspoorde.

De bloedtest is al beschikbaar in België en Duitsland, maar in Nederland is deze prenatale screeningsmethode vooralsnog verboden. Minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) wil dat er meer onderzoek wordt gedaan om uit te wijzen of de test echt zo goed is als wordt beweerd.  Dat lijkt nu het geval.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie