Mensachtigen schakelden mogelijk 3,5 miljoen jaar geleden reeds over op een dieet van grassen, granen en zegge. Dit was wellicht een belangrijke stap richting het mens-worden.

Dat blijkt uit een serie van vier studies naar het eetpatroon van verschillende mensachtigen (hominidae), primaten en de vroege mens die deze week verschijnt in het tijdschrift PNAS.

Wat mensen en hun voorgangers precies aten, is nog steeds een mysterie, maar deze studies lichten mogelijk een tipje van de sluier op: namelijk waar en wanneer het verschil gemaakt werd tussen de lijn die de verschillende mensachtigen en vroege mensen verder volgenden.

Door studies te maken van verschillende syntheseroutes, waarbij de specifieke structuur van de koolstofmoleculen vastgesteld wordt, konden de diëten van verschillende vroege mensachtigen bekeken worden door de gefossiliseerde tanden te onderzoeken.

Granen

De bevindingen wijzen er nu op dat de menselijke voorouders het traditionele apendieet van fruit en bladeren al zo’n 3,5 miljoen jaar geleden langzaam verruilden voor een eetpatroon met meer granen, grassen en zegge-soorten.

De onderzoekers keken naar in totaal 175 tanden en kiezen van 11 verschillende hominidae. De fossielen zijn tussen de 4,4 en 1,3 miljoen jaar oud en komen uit zuidelijk, oostelijk en centraal Afrika.

Daarbij werd specifiek gekeken naar twee soorten koolstof: C3 en C4. Planten gebruiken verschillende manieren om koolstofdioxide en water met behulp van lichtenergie om te zetten in suikers en zuurstof. Planten die C3-fotosynthese gebruiken zijn bomen, heesters en kruiden. Daarentegen gebruiken grassen en zegge-soorten C4-fotosynthese. Aangezien je uiteindelijk 'bent wat je eet', is dat ook te zien in de tanden.

Mensapen

Alle mensapen en hun voorgangers lijken voornamelijk C3-planten gegeten te hebben: fruit, bladeren en andere planten. De moderne mens eet voornamelijk C4-planten, waaronder veel granen. Het was alleen niet duidelijk wanneer de mens of welke voorgangers van C3 naar C4-planten overstapte.

Uit een van deze studies blijkt dat onze vermoedde voorganger Australopithecus afarensis uit Ethiopië (onder andere bekend van het drie miljoen jaar oude fossiel Lucy) ergens tussen de 3,9 en 2,9 miljoen jaar geleden steeds meer C4-planten ging eten.

Een van de andere studies laat zien dat ook andere hominidae ooit begonnen aan een dieet met meer C4-planten, waaronder een uitgestorven lijn van mensachtigen: Paranthropus boisei.

De derde paper gaat over het dieet van het geslacht Theropithecus, waaronder voorouders van de gelada, een soort aap die lijkt op een baviaan. De voorouders van deze apensoort at, net als de moderne gelada, ook bijna alleen maar gras.

De vierde studie gaat dieper in op wat we nu over het geheel weten van oude hominidae-diëten. Mensen verschillen van de rest omdat we grote hersenen hebben en rechtop lopen. Mogelijk is de verandering van bladeren naar granen wel een significante derde factor bij de evolutie naar ‘de’ mens.

Klimaatverandering

Een van de hoofdonderzoekers Matt Sponheimer laat weten dat de gegevens nog in het licht gezet moeten worden van zaken als klimaatverandering en veranderingen in het milieu, zoals leven op open land in plaats van in een oerwoud.

"Isotopen", besluit Sponheimer, "zijn een geweldig hulpmiddel voor het bijhouden van de oorsprong van koolstof, maar ze vertellen niet het hele verhaal. We zouden toch graag weten welke voedingsmiddelen werden gegeten door de verschillende hominidae, met inbegrip van hun voedingseigenschappen en hoe deze voedingsmiddelen doorwerkten in de lichaamsbouw van de hominidae."