Nieuw onderzoek heeft de beeldkwaliteit van de oudste en meest gebruikte techniek om van 2D-plaatjes 3D te maken, sterk verbeterd.

Onderzoekers van de Australische Curtin University publiceerden hun paper deze week in het SPIE-tijdschrift voor Optical Engineering. 

De simpelste methode om een tweedimensionaal plaatje voor het menselijk brein driedimensionaal te maken, is door middel van anaglyph-afdrukken, ofwel met het rood-blauwe brilletje. De methode werd al in 1853 bedacht, maar brak pas echt door aan het eind van de 19de eeuw toen er echte foto’s mee afgedrukt konden worden.

Een van de grote voordelen van de techniek is dat om driedimensionale plaatjes weer te geven, er enkel een kleurenafdruk of kleurenbeeldscherm samen met het brilletje nodig is. Veel 3D-televisies zijn op andere technieken gebaseerd, zoals waarbij de televisie moet communiceren met de 3D-bril. Bij anaglyph is er alleen maar een brilletje met rode en cyaankleurige glazen nodig.

'Ghosting'

Wat veel optreedt bij een anaglyph beeld is het zogenaamde ‘ghosting’-effect, waarbij interferentie tussen beide beelden plaatsvindt. Dit zorgt voor een soort ‘schaduw’ achter het beeld. Dit komt doordat het ene oog een stukje beeld ziet wat eigenlijk voor het andere oog bedoeld is.

De onderzoekers hebben nu aangetoond dat met betere inktsoorten, een hogere kwaliteit brillenglazen, juiste papiersoorten en betere belichting het probleem grotendeels te verhelpen is. Ze hopen dan ook dat ze zo kunnen meehelpen aan een ''21ste eeuwse oplossing voor een 19de eeuwse uitvinding.''