Onderzoekers van het AMC hebben genen ontdekt die bepalen of een organisme heel oud wordt. Het onderzoeksteam deed de vondst in muizen en wormen.

Samen met de École Polytechnique Fédérale de Lausanne (Zwitserland) publiceert het AMC zijn bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De onderzoekers vonden in muizen dat de genen die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van zogenoemde mitochondriale eiwitten of MRP’s bepalend zijn voor de uiteindelijke levensduur. Uit het onderzoek blijkt dat een halvering van de activiteit van de MRP-genen het leven van de muizen met de helft verlengt.

"Dit is de eerste keer dat we aantonen dat een kleine variatie in activiteit van genen, en dus geen mutaties, kan verklaren waarom een organisme ouder wordt dan een ander", zegt AMC-medisch bioloog Riekelt Houtkooper.

Behalve muizen gebruikten de onderzoekers wormen. De wormen waarbij het bewuste gen werd geïnactiveerd, leven gemiddeld 31 in plaats van 19 dagen. De langer levende wormen zijn bovendien gezonder, blijven langer actief en fitter, ook op ‘hoge’ leeftijd. De volgende stap in het onderzoek is om bij een individueel organisme te bepalen hoe actief het gen is en of dit de ouderdom voorspelt.

Energiecentrales

De onderzoekers stellen dat het levensverlengend effect te maken heeft met de mitochondriën, de energiecentrales van de cel. Als de MRP-genen minder actief zijn dan worden de mitochondriën minder actief en gaan ze in een ‘levensverlengde modus’.

Deze mitochondriën zijn tijdens de evolutie ontwikkeld uit bacteriën binnen de cel. De onderzoekers hebben daarom gekeken of bepaalde antibiotica, die de eigenschap hebben bacteriën uit te schakelen, de activiteit van de mitochondriën kunnen dempen.

"Tot onze verbazing leefden de wormen langer als we ze antibiotica gaven die worden voorgeschreven voor bacteriële infecties", zegt Houtkooper. Hij waarschuwt dat antibiotica geen elixer zijn voor de eeuwige jeugd.