Kleine planten evolueren in relatief hoog tempo. Dat blijkt uit een onderzoek onder 138 verschillende plantenfamilies. 

Bij planten die laag bij de grond groeien verandert het DNA sneller dan bij plantensoorten die een grote hoogte bereiken.

De hoogte van een plant bepaalt zelfs voor een vijfde de snelheid waarmee de soort evolueert.

Dat schrijven Australische en Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

DNA-volgorde

Bij hun studie gebruikten de wetenschappers een database met hoogtegegevens over 20.000 plantensoorten. Ze berekenden de gemiddelde hoogte van 138 verschillende plantenfamilies (verwante soorten) en vergeleken die met de geschatte snelheid waarmee de DNA-volgorde van deze planten veranderde.

Uit het onderzoek blijkt zelfs dat kleine planten gemiddeld vijf keer zo snel evolueren als soorten die een grotere hoogte bereiken.

Fouten

Genetische veranderingen ontstaan als bij het kopiëren van DNA tijdens de celdeling fouten optreden. Bij mensen of dieren worden deze genetische foutjes meestal niet doorgegeven aan het nageslacht. Maar omdat bij planten bijna elke cel kan uitgroeien tot een bloem of een geslachtsorgaan, evolueren plantensoorten relatief snel.

"Genetische veranderigen die voorkomen tijdens celdelingen in de uitlopers van planten kunnen in potentie worden doorgegeven aan volgende generaties", verklaart hoofdonderzoeker Robert Lanfear op nieuwssite ScienceDaily.   

Hoogte

De wetenschappers vermoeden dat kleine planten sneller evolueren, omdat plantengroei en celdeling afneemt naarmate een grotere hoogte wordt bereikt. Daardoor komen genetische veranderingen bij relatief hoge planten waarschijnlijk minder vaak voor.