De eerste mensen jaagden zeker 90.000 jaar geleden al met speren op dieren. Dat blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. 

Twee prehistorische botfragmenten van dieren die zijn gevonden in een Zuid-Afrikaanse grot bevatten sporen die zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van speren. De ouderdom van deze botten suggereert dat mensen circa 90.000 jaar geleden al met speren jaagden op hun prooien.

De botten vormen het tot nu toe oudste directe bewijs voor speerjacht bij mensen. Dat verklaren archeologen van de Universiteit van Queensland in een studie die is gepresenteerd op een bijeenkomst van de Society for American Archeology in Honolulu.

Zelfgemaakte speren

De wetenschappers brachten bij hun onderzoek eerst heel precies de eigenschappen in kaart van botbeschadigingen die ontstonden door prehistorische speren. Dat deden ze door de wapens na te maken en te testen.

Hoofdonderzoeker Corey O’Driscoll en zijn collega’s bevestigden speerpunten uit de steentijd aan houten stokken en wierpen de zelfgemaakte speren in de karkassen van dieren. Vervolgens bestudeerden ze de deuken en inkepingen in de botten.

De vorm en diepte van de inkepingen vergeleken ze met de vermoedelijke sporen van speren die zijn aangetroffen in prehistorische botfragmenten uit de Pinnacle Point Grot in de Zuid-Afrikaanse plaats Mosselbaai. Deze botten zijn 91.000 tot 98.000 jaar oud. Het is niet bekend van welke diersoort de fossielen afkomstig zijn.   

Inkepingen

Het onderzoek bevestigt volgens de wetenschappers het vermoeden dat de dieren zijn gedood met speren. Ook de aanwezigheid van minieme stukjes steen in de inkepingen wijst op speerjacht, zo meldt de Britse krant Daily Mail.

Het gebruik van speren wordt door archeologen beschouwd als een belangrijke stap in de menselijke evolutie. Door van een veilige afstand met wapens te werpen liepen de eerste mensen veel minder risico om te komen bij de jacht op groot wild.