De Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler zit in nood. Twee belangrijke onderdelen zijn kapot gegaan, waardoor de sonde zich niet meer kan richten op de sterren.

Daarmee zou het vaartuig onbruikbaar zijn. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA houdt serieus rekening met het einde van Kepler. Dat meldde de organisatie woensdag.

Kepler is in maart 2009 gelanceerd. De sonde zoekt in het heelal naar planeten zoals de aarde, die om een ster als onze zon draaien. De kans op leven zoals op aarde is daar het grootst.

Duizenden planeten

De ruimtetelescoop speurt slechts een kwart procent van de sterrenhemel af. In dat minieme gebied heeft Kepler al meer dan honderd planeten en duizenden kandidaat-planeten gevonden.

Kepler is het belangrijkste onderdeel van een 650 miljoen dollar kostende missie. De missie was bedoeld om 4 jaar te duren. Die 4 jaar is ook gehaald.

"Kepler heeft ons 4 jaar lang uitstekende data opgeleverd, dus ik ben heel blij", zegt William Borucki van NASA tegen persbureau Reuters. "Ik zou nog blijer zijn als de missie nog 4 jaar zou kunnen voortduren, want dan zouden we nog betere gegevens over meer sterren en kleinere planeten kunnen verkrijgen en we zouden meer planeten in de bewoonbare zone vinden."

Te ver weg

Kepler draait in een baan rond de aarde op 64 miljoen kilometer afstand. Dat is volgens NASA te ver weg om een reparatie uit te laten voeren door een robot of astronauten.

Wetenschappers kijken ook naar nieuwe manieren om de ruimtetelescoop te gebruiken. Mogelijk kan hij dienen voor ruimteobservaties waarbij het niet nodig is om heel precies te richten.