Een groep van veelgebruikte woorden in het Nederlands en andere moderne talen is terug te voeren op een 15.000 jaar oude oertaal uit de IJstijd. Dat beweren Britse wetenschappers. 

Mensen die in de IJstijd leefden, gebruikten vermoedelijk al primitieve vormen van veel voorkomende moderne woorden zoals 'moeder', 'hand' en 'ik' en 'jij'.

Deze woorden zijn min of meer vergelijkbaar qua klank en betekenis in zeven moderne taalfamilies, waaronder de Indo-Germaanse familie waartoe het Nederlands behoort, samen met onder meer Spaans, Engels, Russisch en Hindi.

De ontdekking suggereert dat alle moderne talen die worden gesproken in Europa en Azië afstammen van één oertaal, zo melden onderzoekers van de Universiteit van Reading in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Vuur

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door met behulp van een computermodel te analyseren hoe vaak woorden worden gebruikt en hoe snel de klank in de loop van de geschiedenis is veranderd.

Bij het onderzoek stuitten ze op een groep van 23 veel gebruikte woorden die niet alleen in alle zeven Euraziatische taalfamilies voorkomen, maar ook in de meeste talen min of meer dezelfde klank hebben. Het gaat in sommige gevallen om verouderde woorden zoals het Engelse 'thou' ('gij' in het Nederlands). Maar ook woorden als 'hand', ‘vuur’ en ‘as’ klinken in veel talen hetzelfde.

Gletsjers

Volgens hoofdonderzoeker Mark Pagel suggereert het computermodel dat de oertaal die ten grondslag ligt aan talen in Europa en Azië ongeveer 15.000 jaar geleden is ontstaan, aan het einde van de IJstijd.

"Het model doet vermoeden dat mensen die in het zuiden van Europa leefden toen de gletsjers zich langzaam terugtrokken een taal spraken die lijkt op het gesproken woord van vandaag de dag", aldus Pagel op nieuwssite Science Now. "Het is ongelooflijk dat gesproken taal over vele millennia met zo veel precisie kan worden doorgegeven."