Wetenschappers hebben archeologische sporen van kannibalisme gevonden in een nederzetting afkomstig van Amerikaanse kolonisten.

Het zou de kolonisten geholpen hebben de barre omstandigheden in het vroege Amerika te overleven. Dat melden archeologen van de Smithsonian's National Museum of Natural History in het Amerikaanse Jamestown, Virginia, woensdag.

De wetenschappers vonden de botten van een 14-jarig meisje waaraan duidelijk was te zien dat ze slachtoffer was geworden van kannibalisme.

De menselijke resten dateren uit de winter van 1609-1610, een periode die bekend staat als de 'sterfperiode van Jamestown'. In deze periode stierven honderden kolonisten. Volgens wetenschappers kwamen zij uit Engeland en ontvluchtten ze daar de ergste droogte in 800 jaar.

Jarenlang werd gedacht dat de uitgehongerde Engelsen in Jamestown uit wanhoop honden, muizen, slangen en schoenenleer gingen eten. Bewijs hier voor werd echter nooit gevonden.