Door de uitstoot van stoffen die sneller worden opgenomen dan CO2 te verminderen, is het misschien mogelijk de stijging van het zeeniveau te beperken, ook al kunnen we niet direct de koolstofdioxide-uitstoot verlagen.

Dat schrijven klimaatonderzoekers van het National Center for Atmospheric Research uit de Verenigde Staten vandaag in het tijdschrift Nature Climate Change.

Met de huidige groei van de hoeveelheid broeikasgassen en roetdeeltjes kunnen de gemiddelde temperaturen op aarde in 2050 twee graden Celsius hoger uitkomen dan voor de industriële revolutie, met alle catastrofale gevolgen voor laaggelegen gebieden. Nederland zit daarbij op de eerste rang.

Andere vervuilers

De verwachting is dat het verminderen van de uitstoot van CO2 te lang op zich laat wachten, maar door de uitstoot van vier andere vervuilers te verminderen, zou de verwachte opwarming in 2050 mogelijk met 0,6 graden verminderd kunnen worden.  

De andere vervuilers zijn roetdeeltjes (black carbon), ozon, methaan en HFC’s (de vervanger van CFK’s in koelsystemen). Deze vervuilers blijven minder lang in de atmosfeer dan CO2. De duur varieert van een week (roetdeeltjes) tot een maand (ozon) tot tien jaar (methaan en HFC’s).

Controle

De klimatologen benadrukken dat ze met dit onderzoek aangeven dat we in ieder geval nog ergens enige controle kunnen uitoefenen op het stijgen van de zeespiegels.

Dit is vooral omdat regeringen het waarschijnlijk niet in korte tijd eens worden over echte significante vermindering van de CO2-uitstoot. Het betekent niet dat we daar niet meer door moeten gaan, want de stijging van de temperatuur zet zo wel door, alleen de snelheid wordt mogelijk verminderd.

Uit eerder onderzoek van het International Institute for Applied System Analysis blijkt dat de uitstoot van de vier genoemde stoffen vrij snel met zo’n 30 tot 60 procent gereduceerd kan worden.