Wetenschappers hebben met behulp van een speciale spectrometer op het internationale ruimtestation ISS waarschijnlijk voor het eerst bewijs waargenomen voor het bestaan van zogenoemde donkere materie.

Hoewel donkere materie nog nooit met zekerheid is waargenomen vermoeden wetenschappers dat het alle deeltjes in het universum massa geeft.

De wetenschappers hebben met behulp van de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS), die twee jaar geleden de ruimte in werd gestuurd, een grote hoeveelheid positronen waargenomen.

Dat zijn positief geladen subatomaire deeltjes en de onderzoekers vermoeden dat deze positronen ontstaan als deeltjes donkere materie op elkaar botsen en elkaar vernietigen.

Detectiveverhaal

De data van de AMS wordt verzameld en geanalyseerd door wetenschappers bij het Europese onderzoeksinstituut CERN. Natuurkundige en Nobelprijswinnaar Samuel Ting, die het onderzoeksteam leidt, zei woensdag te verwachten binnen enkele maanden meer te kunnen zeggen over de metingen.

Het resultaat van de metingen is belangrijk omdat vermoed wordt dat het heelal voor een kwart uit donkere materie bestaat.

De ontdekking ervan kan wetenschappers helpen verklaren waar het heelal uit bestaat en hoe sterrenstelsels bij elkaar worden gehouden. "Dit is een tachtig jaar oud detectiveverhaal en het einde is in zicht", aldus natuurkundige Michael Turner van de University of Chicago.