Toen een meteorietinslag 66 miljoen jaar geleden een einde maakte aan de dinosaurussen, was de klap zo heftig dat binnen een paar uur bomen over de hele wereld in brand vlogen.

Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in de nieuwste editie van het wetenschapsblad Journal of Geophysical Research. 

De meteoriet sloeg in bij het schiereiland Yucatán in het zuiden van Mexico. Brokstukken vlogen door de klap de lucht in.

Dat zorgde in de dampkring voor infrarode straling, die genoeg was om bomen over de hele wereld te laten ontvlammen, blijkt uit berekeningen. In de jaren erna stierf driekwart van alle dieren en planten.

Onder de grond

De dieren die onder de grond of in het water dekking konden zoeken, zoals krokodillen, schildpadden en mieren, hadden de grootste kans op overleven. In de leegte die achterbleef na de verwoesting, konden zoogdieren zich razendsnel ontwikkelen tot de soorten die we nu kennen.

In bodemlagen uit die tijd zijn overblijfselen van de ondergang te vinden. Wetenschappers onderzoeken die om er achter te komen hoe de dinosaurussen precies ten onder zijn gegaan.

Andere wetenschappers zeggen dat er te weinig houtskool en roet in de bodem zit, wat een wereldwijde brand onwaarschijnlijk maakt. Maar de Amerikanen hebben uitgerekend dat er juist uitzonderlijk veel roet en houtskool is achtergebleven.