Valken groeiden in de loop van de evolutie relatief snel uit tot roofdieren. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van het dna van de vogels.

De gekromde snavel en de sterke schedel waarmee valken harde botsingen met prooien kunnen weerstaan zijn razendsnel geëvolueerd in vergelijking met de eigenschappen van andere vogels.

Valken ondervonden waarschijnlijk grote concurrentie van andere dieren die op dezelfde prooien jaagden, waardoor de soort zich in rap tempo moest aanpassen om te kunnen overleven.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Cardiff in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Genetics.

Kippen en kalkoenen

Bij hun onderzoek brachten de wetenschappers de dna-volgorde van twee valkensoort in kaart: de slechtvalk en de sakervalk. Het genoom van de dieren werd geanalyseerd en vergeleken met andere vogelsoorten, zoals zebravinken, kippen en kalkoenen.

Uit het onderzoek blijkt dat met name genen die verantwoordelijk zijn voor het jachtvermogen van valken relatief snel tot stand kwamen in de loop van de evolutie.

Deze genen zijn van invloed op de harde schedels van de vogels, hun gekromde snavels en hun efficiënte ademhalingssysteem waarmee ze de grote luchtdruk tijdens hun duikvluchten kunnen weerstaan.

De laatste gemeenschappelijke voorouder van de sakervalk en de slechtvalk leefde ongeveer 2,1 miljoen jaar geleden.

Snelheid

Vooral de gekromde snavel van valken was belangrijk voor de evolutie van het jachtvermogen van de dieren. Door de vorm kan de snavel botsingen met prooidieren weerstaan bij een snelheid van 300 kilometer per uur.

"We hebben vastgesteld dat specifieke genen die de snavelvorming beïnvloeden bijzonder snel zijn geëvolueerd", verklaart hoofdonderzoeker Mike Bruford op BBC News.

"Omdat we bij de sakervalk en de slechtvalk hetzelfde patroon hebben gevonden, is de meest logische verklaring dat het jachtinstinct van valken verantwoordelijk is voor deze snelle evolutie."