Niet activiteit in een specifiek hersengebied, maar de activiteit in de gehele hersenschors verandert als mensen een bepaalde taak uitvoeren.

Het patroon van hersenactiviteit beweegt zich daarbij als een soort golf door het brein.

Bij wetenschappelijk onderzoek wordt echter te veel nadruk gelegd op het idee dat lokale activiteit in hersengebieden ons gedrag kan verklaren. Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Leuven in het wetenschappelijk tijdschrift NeuroImage.

Non-stop

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door de hersenactiviteit van proefpersonen als geheel te bestuderen en zich niet te focussen op pieken in activiteit in individuele hersengebieden. Ze concluderen dat deze manier van meten een heel ander beeld geeft van het menselijk brein.

"Het brein is een systeem dat non-stop actief is", verklaart hoofdonderzoeker David Alexander op de nieuwssite van de KU Leuven.

"Als we iets waarnemen, wordt die informatie bijvoorbeeld niet in een specifiek deel van de hersenen verwerkt. In plaats daarvan wordt de informatie toegevoegd aan de bestaande activiteit."

Tikken

Volgens Alexander zijn er wel pieken van activiteit waarneembaar in specifieke hersengebieden, maar alleen wanneer je een gemiddelde neemt over een groot aantal metingen.

De hersengolven die bij verschillende handelingen door ons brein heen trekken, zijn allemaal uniek.

"Als iemand steeds dezelfde actie herhaalt, zoals het trommelen met zijn vingers op een tafel, worden de motorische centra in ons brein gestimuleerd", aldus de onderzoeker. "Maar bij elke tik ontstaat er een andere hersengolf die door de hersenschors heen trekt."

Raadsel

Waarom het patroon van activiteit steeds verschilt, is nog een raadsel. "Misschien was de persoon in zo'n geval de eerste keer geïnteresseerd, de tweede keer verveeld, of had hij andere gedachten en bedoelingen bij de beweging", speculeert Alexander.

Met vervolgonderzoek hopen de onderzoekers te achterhalen wat de verschillende trajecten van hersengolven precies betekenen.

Door: NU.nl/Dennis Rijnvis | Beeld: ANP