Een Amerikaanse ruimtesonde heeft de buitenste 'schil' van ons zonnestelsel bereikt. Binnen afzienbare tijd gaat de Voyager 1 de grens over.

Het is wachten op de laatste bevestiging. Dan heeft voor het eerst een bouwsel van de mens ons zonnestelsel verruild voor de eindeloze ruimte tussen de sterren.

Dat hebben de Amerikaanse Geofysische Unie (AGU) en de ruimtevaartorganisatie NASA woensdag bekendgemaakt.

De AGU meldde eerder dat de Voyager 1 daadwerkelijk de grens over is gegaan, maar de NASA sprak dat tegen. ''Het laatste cruciale bewijs is een verandering in de richting van het magnetisch veld. Die hebben we nog niet gezien'', aldus de organisatie.

Bubbel

Ons zonnestelsel is als een bubbel van onzichtbare straling om de zon heen. Aan de rand zit een soort schil. Daar bevindt de Voyager 1 zich nu, op ongeveer 18 miljard kilometer afstand van de aarde. De sonde meet de deeltjes in het grensgebied. Die gegevens worden teruggestuurd naar de aarde.

Afgelopen augustus zag de Voyager 1 dat de deeltjes die kenmerkend zijn voor de rand, bijna verdwenen. Binnen een paar dagen werd de hoeveelheid 100 keer zo klein. Straling die van buiten het zonnestelsel komt, steeg juist enorm.

Het kan zijn dat de Voyager 1 in een nog onbekend grensgebied is, maar het is ook mogelijk dat de sonde daadwerkelijk buiten het zonnestelsel is gevlogen. De wetenschappers zijn er nog niet over uit.

1977

De Voyager 1 is in 1977 gelanceerd. Na anderhalf jaar vloog de sonde langs de planeet Jupiter. Weer anderhalf jaar later bereikte het vaartuig de planeet Saturnus. Sindsdien is de Voyager door blijven vliegen. Waarschijnlijk heeft hij nog genoeg stroom om te blijven werken tot 2025, 48 jaar na de lancering. Over ongeveer 40.000 jaar bereikt de Voyager 1 de dichtstbijzijnde ster.

Kort voor de Voyager 1 was zijn tweelingbroer gelanceerd, de Voyager 2. Die staat nu op 15 miljard kilometer van de aarde. Ook de Voyager 2 werkt nog altijd.