Een prehistorische vis genaamd Helicoprion had tanden in de vorm van een cirkelzaag. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.

De vissen die 270 miljoen jaar geleden leefden, hadden een cirkelvormige set tanden achterin hun bek waarmee ze zachte prooien zoals inktvissen doormidden konden zagen.

De ruim 7 meter lange dieren waren waarschijnlijk verre voorouders van draakvissen. Dat schrijven onderzoekers van de Staatsuniversiteit van Idaho in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

De wetenschappers kwamen tot hun bevinding door CT-scans te maken van het meest complete fossiel van de Helicoprion. Met de beelden creëerden ze vervolgens een computermodel van het prehistorische dier.

Verdediging

Het was al langer bekend dat de oervis een cirkelvormige set tanden had, maar tot nu toe was onduidelijk of deze 'cirkelzaag' aan de binnenkant van de kaken zat, of aan de buitenkant als verdediging tegen roofdieren.

Door het computermodel waren de wetenschappers voor het eerst in staat om de positie van de tanden te bepalen. "Ze passen achterin de mond, naast het achterste gewricht van de onderkaak", verklaart hoofdonderzoeker Leif Tapanila op de nieuwssite van de Staatstuniversiteit van Idaho.

Draaien

De tanden werkten volgens de wetenschapper ook echt als een cirkelzaag. "Als de dieren hun bek dicht klapten, draaiden hun tanden naar achteren, zodat ze het vlees waar ze in beten konden doorsnijden", aldus Tapanila op BBC News.

Aangezien de tanden bij de fossielen nauwelijks beschadigd waren, aten de vissen waarschijnlijk zachte prooien zoals inktvissen.

Tijdens het onderzoek brachten de wetenschappers ook de evolutionaire lijn van de dieren in kaart. Waarschijnlijk zijn de 'cirkelzaagvissen' niet verwant aan haaien, maar aan draakvissen, ook wel zeeratten genoemd.