AMSTERDAM - Wetenschappers hebben vastgesteld dat Oost-Amerikaanse mollen 'in stereo' ruiken.

De mollen van de soort Scalopus aquaticus nemen geuren met elk neusgat afzonderlijk waar. 

Aan de hand van deze twee reuksignalen die apart worden verwerkt door hun hersenen, kunnen de dieren zeer nauwkeurig bepalen waar een geur vandaan komt.

Dat schrijven onderzoekers van de Vanderbilt Universiteit in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Aardwormen

De wetenschappers lieten mollen in hun laboratorium in een halve cirkel zoeken naar voedsel (aardwormen). Daarbij werd één van de neusgaten van de dieren af en toe geblokkeerd met een stuk plastic.

Als de mollen beide neusgaten konden gebruiken hadden ze geen enkel probleem om de wormen te lokaliseren. Wanneer één van hun neusgaten buiten werking werd gesteld, slaagden ze er echter niet in om de juiste route naar het voedsel te bepalen.

Volgens hoofdonderzoeker Kenneth Catania bewijst het experiment dat de dieren ‘in stereo’ ruiken. De mollen hebben beide neusgaten afzonderlijk van elkaar nodig om te bepalen uit welke richting een geur komt.

Sceptisch

''Voor het experiment was ik nog sceptisch over deze theorie'', verklaart de wetenschapper op nieuwssite ScienceDaily. ''Ik dacht dat hun neusgaten te dicht bij elkaar zouden zitten om geuren uit verschillende richtingen effectief uit elkaar te houden."

Eerder werd al aangetoond dat ook haaien 'in stereo' ruiken. Volgens Catania zijn er mogelijk meer dieren die deze reuktechniek in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld.

''Andere dieren die veel op hun geurvermogen afgaan, zoals varkens en honden, ruiken misschien op dezelfde manier."