AMSTERDAM - De Chinese eenkindpolitiek laat sporen na in het karakter van opgegroeide kinderen.

Ze zijn wantrouwiger, risicomijdender, minder competitief en minder nauwgezet dan Chinezen van vlak voor deze beleidsmaatregel werd ingevoerd.

Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Melbourne in de nieuwste editie van Science Express, de online uitgave van Science.

Zij onderzochten 421 kinderen uit Peking die vlak voor of na 1979 werden geboren. In dat jaar voerde de Chinese regering de politiek in om de bevolkingsgroei in te dammen. De eenkindpolitiek houdt in dat ieder stel maar één kind mag grootbrengen.

Verpeste generatie

Dankzij deze politiek groeide een generatie kinderen op die wel de 'kleine keizers' genoemd werden. In de Chinese media worden ze, nu ze zijn opgegroeid, de 'verpeste generatie' genoemd. Tot nu toe ontbrak een wetenschappelijke onderbouwing voor deze veronderstelling.

De onderzoekers namen persoonlijkheidstesten af bij de vrijwilligers en lieten hen vier spellen spelen. Daarmee maten ze onder meer lef, altruïsme, optimisme en concurrentievermogen.

Op al deze factoren scoorden de eenkindspolitiekgeneratie lager dan de kinderen van voordat deze politiek werd ingevoerd.

Geld

Tijdens een vertrouwensspel bijvoorbeeld, kregen de deelnemers ongeveer 15 dollar, waarvan ze een deel aan een anonieme andere deelnemer konden geven, in de wetenschap dat de onderzoeksleider dat bedrag zou verdrievoudigen.

De andere deelnemer kreeg vervolgens de gelegenheid om een deel van het bedrag terug te geven. Eenkindkinderen gaven 16 procent minder geld aan de anonieme ander en gaven elf procent minder geld terug wanneer zij de ontvanger waren.

Zo speelden ze ook een vergelijkbaar risicospel en een competitiespel. Op al de onderzochte factoren scoorden de eenkindspolitiekgeneratie lager dan de kinderen van voordat deze politiek werd ingevoerd.

Al een paar jaar gaan er in China stemmen op om de eenkindpolitiek te versoepelen. Waarschijnlijk zal dit onderzoek deze roep alleen maar versterken.