AMSTERDAM - Mensen krijgen ongeveer vanaf hun vijftigste levensjaar moeite om de juiste benamingen te vinden voor objecten in hun omgeving, zo blijkt uit een nieuw onderzoek.

Vijftigers hebben gemiddeld genomen een halve seconde langer nodig om een alledaags voorwerp te benoemen dan twintigers en dertigers.

Mensen van boven de zestig jaar hebben niet alleen meer tijd nodig om de juiste benaming voor een object te bedenken, maar geven voorwerpen ook regelmatig een verkeerde naam.

Dat melden psychologen van de Universiteit van Luik in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of the International Neuropsychological Society.

Tekeningen

De wetenschappers lieten 120 proefpersonen tussen de 25 en 90 jaar kijken naar tekeningen op de computer van verschillende objecten uit het dagelijks leven, zoals een fiets, een wekker en een viool. De deelnemers aan het onderzoek moesten de voorwerpen zo snel mogelijk benoemen. Hun reactietijden werden geregistreerd en met elkaar vergeleken.

Het omslagpunt in de reactiesnelheden lag bij mensen met een leeftijd rond de vijftig jaar. "We vonden bij hen een eerste subtiele achteruitgang in het vermogen om de juiste benamingen voor objecten te vinden", aldus onderzoekster Martine Poncelet op nieuwssite MedicalXpress.

"Ze hadden meer tijd nodig, maar kwamen uiteindelijk nog wel wel op de juiste woorden." Bij zestigers en zeventigers registreerden de onderzoekers ook veel foute benamingen.

Verklaring

Hoofdonderzoeker Clémence Verhaegen kan alleen nog gissen naar de verklaring voor de problemen die mensen na hun vijftigste ondervinden bij het benoemen van objecten. "Daarvoor is meer onderzoek nodig", verklaart hij.

"Het kan te maken hebben met veranderingen in ons taalvermogen, maar ook met fysieke factoren die niets met taal te maken hebben."