AMSTERDAM - Ongeveer de helft van de onderzoekers die deelnamen aan een grote, internationale veiligheidsenquête bleek een of meerdere verwondingen opgelopen te hebben in het laboratorium.

Veel voorkomende verwondingen waren snijwonden, beten van proefdieren, naaldenprikken, brandwonden en het inademen van gevaarlijke stoffen.

De meeste verwondingen waren klein. Een derde van de deelnemers wist echter minimaal één incident te noemen waarbij iemand in zijn laboratorium zo ernstig gewond raakte dat er hulp van een arts of verpleegkundige nodig was.

De enquête werd gehouden door de Universiteit van Californië, Los Angeles (UCLA), naar aanleiding van enkele dodelijke ongelukken in Amerikaanse laboratoria. Bijna 2400 onderzoekers vulden de lijst van ongeveer 100 vragen in, voornamelijk Amerikanen en Engelsen.

Veilige plek

Opvallend was dat 86 procent van de deelnemers hun laboratorium als een veilige werkplek beschouwde. De makers van de enquête probeerden te achterhalen waar dit valse gevoel van veiligheid vandaan kwam.

De meeste deelnemers vonden dat ze genoeg algemene veiligheidstraining hadden gehad. Maar bij doorvraag bleek dat slechts 60 procent van de mensen vonden dat ze voldoende getraind waren in het omgaan met specifieke gevaren op hun werkplek.

Regels

Ook werd er veel geklaagd dat veiligheidstraining vooral gericht is op het volgen van regels en niet op bijvoorbeeld inzicht krijgen in onveilige situaties.

Van de deelnemers werkte 62 procent in Amerika en 15 procent in Engeland. Er waren ook deelnemers uit Japan, China en Europa, waaronder 17 Nederlanders.

Het tijdschrift Nature hielp met het uitvoeren van de enquête en publiceert daarom nu een korte, voorlopige samenvatting van de resultaten. Onderzoekers van de UCLA zullen de gegevens later dit jaar verder analyseren.