AMSTERDAM - Waarnemingen met een wereldwijd netwerk van radiotelescopen hebben laten zien dat de zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels vaker actief zijn – en daardoor groeien – dan werd gedacht.

Dit is het resultaat van onderzoek van de astronomen Seungyoup Chi, Peter Barthel en Michael Garrett uit Groningen en Dwingeloo, dat binnenkort in Astronomy & Astrophysics verschijnt.

Ook in op het eerste gezicht normale sterrenstelsels blijken zwarte gaten aanwezig te zijn die materie verorberen en daardoor gestaag groeien. De intense straling die gewoonlijk het gevolg is van deze zogeheten accretieprocessen blijkt echter volledig aan het zicht te zijn onttrokken.

Alleen een netwerk van zeer gevoelige radiotelescopen kan deze processen detecteren, zo concluderen de Nederlandse astronomen.

Daarmee is het vermoeden bewezen dat de zwakke radiostraling die veel sterrenstelsels in het verre, vroege heelal vertonen, voor een deel het gevolg is van accretie door hun zwarte gaten.

Westerbork

Traditionele radiotelescopen zoals die in Westerbork kunnen de precieze aard van die radiostraling niet bepalen. Daarvoor is de techniek van Very Long Baseline Interferometry (VLBI) nodig, waarbij een netwerk van ver uit elkaar staande radiotelescopen simultaan naar een en hetzelfde object kijkt.

De vele gigabytes aan gegevens van de afzonderlijke telescopen worden later samengevoegd. Deze techniek simuleert op een digitale manier een radiotelescoop met een diameter van duizenden kilometers, wat in een zeer grote beeldscherpte en gevoeligheid resulteert.

Gebruikmakend van zo’n VLBI-netwerk van zestien radiotelescopen in Europa en de VS kon een tot voor enkele jaren geleden onmogelijk geachte recordgevoeligheid en -afbeeldingsscherpte worden bereikt. Daarmee is de accretie-activiteit van de verre sterrenstelsels nu ondubbelzinnig aangetoond.