AMSTERDAM – De ijskappen van Groenland en Antarctica zijn tussen 1992 en 2011 flink gekrompen. Het laatste decennium is het tempo waarmee dat gebeurt verdubbeld ten opzichte van de tien jaar daarvoor.

Dat concludeert een internationaal team van wetenschappers van onder meer de Universiteit Utrecht en de TU Delft op basis van drie verschillende satellietmetingen die de afgelopen twintig jaar plaatsvonden.De resultaten van het onderzoek verschijnen donderdag in Science.

Het poolijs kan afsmelten door de warmere lucht en zonlicht, maar vooral door warmer zeewater onder en aan de randen van het ijs. Gletsjers bewegen ten opzichte van elkaar en wanneer die 'stroomsnelheid' toeneemt kunnen ze gemakkelijker aan de randen in zee schuiven. Zo kan ineens een heel grote ijsschots verloren gaan.

In de zomer krimpt de ijskap, in de winter groeit deze weer, maar die groei lijkt de laatste jaren onvoldoende. Over dit smelten van de ijskappen woedt al decennia een wetenschappelijk debat. De schattingen van het smelten en de effecten daarvan op de zeespiegel lopen uiteen en er zijn zelfs deskundigen die stellen dat de ijskappen stabiel zijn.

Zwakheden

Volgens de auteurs van het nieuwe artikel komt dit voornamelijk doordat de meeste studies een te kort tijdsbestek analyseren en omdat elke methode zijn zwakheden kent. Daarom besloten ze de resultaten van metingen met verschillende technieken van een zo lang mogelijker periode naast elkaar te leggen: van 1992 tot nu.

Ze maakten gebruik van satellietmetingen van hoogte, stroomsnelheid en massaverandering van de ijskappen van Groenland en het Zuidpoolgebied. De eerste twee metingen werden sinds 1992 verricht, de massaverandering sinds 2002.

De verschillende methoden gaven niet precies dezelfde resultaten, maar zaten wel bij elkaar in de buurt. Er is natuurlijk nog wel onzekerheid, maar de combinatie van de metingen maakt die een stuk kleiner.

Krimp

De krimp neemt de laatste jaren sterk toe, blijkt uit de resultaten.

Vooral op Groenland is de afname groter dan eerder werd gedacht. De afname van de ijskap op Antarctica stelden de onderzoekers naar beneden bij ten opzichte van eerdere resultaten, maar ook daar is de krimp aanzienlijk. Alleen het oosten van Antarctica - het koudste gedeelte van het continent - kende een bescheiden toename van de ijsdikte.

Door het afsmelten is het zeewaterniveau de afgelopen 20 jaar met 11,1 millimeter gestegen. Dit is eenvijfde van de totale stijging van de zeespiegel in deze periode. In 1992 waren de ijskappen nog verantwoordelijk voor een zeespiegelstijging van gemiddeld 0,27 mm per jaar, nu is dat 0,95 mm, aldus de onderzoekers.

''Dit betekent dat de ijskappen van Antarctica en Groenland zeer significant bijdragen aan de huidige stijging van de zeespiegel en dat zij dat de komende decennia ook vrijwel zeker zullen blijven doen'', aldus mede-auteur Michiel van den Broeke, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.