UTRECHT - Een simpele verschuiving in woordkeuze kan steun van burgers voor aangekondigde inkomensafhankelijke belastingen sterk veranderen.

Dit beweren onderzoekers van Carnegie Mellon Universiteit in een nieuwe publicatie in het vakblad Psychological Science.

In een testopzet legden de Amerikanen aan proefpersonen van wie de politieke voorkeuren bekend waren twee verschillende situatieschetsen van inkomensongelijkheid voor.

In het ene geval was de inkomenskloof tussen de vijf procent hoogste inkomens en het mediane inkomen (dat relatief dicht in de buurt ligt van ‘modaal’) 111.000 dollar per jaar – in het andere geval verdienden de vijf procent laagste inkomens 111.000 dollar minder dan mensen met het mediane inkomen.

Identiek

De inkomenskloof tussen de hoogste en laagste inkomens is volgens de regels van de statistiek in beide situatieschetsen identiek, namelijk 222.000 dollar per jaar. Daarna werd gekeken of mensen extra belastingmaatregelen voor topinkomens steunden.

Dit was vaker het geval wanneer de inkomenskloof naar boven toe was geformuleerd, dan wanneer de nadruk werd gelegd op de armoe van de allerlaagste inkomens.

Rechtvaardiging

Mensen met conservatieve politieke opvattingen waren vaker geneigd om te denken dat mensen met de hoogste inkomens dit te danken hadden aan ‘hard werken’ – in plaats van aan genoten voorrechten. Dit beïnvloedt in sterke mate of mensen zwaardere belasting gerechtvaardigd vinden.

Toch steunden ook de conservatieven vaker de belastingmaatregelen wanneer een inkomenskloof vanuit het midden naar de topinkomens werd beschreven, dan wanneer dezelfde (fictieve) kloof naar de laagste inkomens werd geformuleerd.