UTRECHT – Niet alleen hoge alpenweiden, maar ook natuurlijke berggraslanden ónder de boomgrens lijden onder afname van sneeuwbedekking.

In verschillende hoogtezones groeien bergweiden dicht met jonge boompjes, zo zeggen wetenschappers van een aantal Amerikaanse bosonderzoeksinstituten naar aanleiding van een nieuwe studie onder leiding van de Universiteit van Oregon.

Dit komt volgens hen hoofdzakelijk doordat de graslanden een steeds kleiner deel van het jaar bedekt gaan onder een sneeuwlaag.

Een direct groeistimulerend effect van hogere temperaturen op lokale boomsoorten blijkt van ondergeschikt belang.

Alpenweiden

Klimaatverandering heeft duidelijk waarneembare effecten in hoge gebergten wereldwijd. Gletsjers trekken zich terug, permafrostbodems ontdooien en de boomgrens schuift hellingopwaarts, ten koste van de klassieke alpenweiden, bekend van bijvoorbeeld steenbokken, gemsen, alpenmarmotten en de edelweiss, die in Centraal-Europa pas vanaf een hoogte van circa 2000 meter voorkomen.

Onderzoekers van de Universiteit van Oregon zeggen nu dat niet alleen deze hooggelegen alpenweiden terrein verliezen door de opwarming, maar dat hetzelfde geldt voor subalpiene graslanden, natuurlijke bergweiden die samen met stukken naald- en loofbos een overgangszone vormen onder de eigenlijke boomgrens.

In een door hen gemonitord gebied in een vulkanische bergketen langs de Amerikaanse westkust is de boombedekking van bergweiden in deze overgangszone tussen 1950 en 2007 toegenomen van 8 naar 35 procent.

Lage kale bergtoppen

In veel middelgebergten, zoals in Europa bijvoorbeeld de Vogezen of het Zwarte Woud, liggen soortgelijke bergweiden ook op de onbeschutte toppen – alhoewel deze berggebieden eigenlijk te laag zijn om door de boomgrens heen te steken.

Zulke laaggelegen kale toppen zijn in de Amerikaanse staat Oregon tussen 1950 en 2000 al in oppervlak gehalveerd, schrijven de onderzoekers.