UTRECHT - Miljoenen jaren onderlinge competitie dreef zowel plant- als vleesetende dinosauriërs ertoe hun enorme afmetingen te bereiken.

Daarmee blijkt de wetmatigheid dat soorten door evolutie eerder groter dan kleiner worden niet alleen op te gaan voor de tegenwoordig dominante zoogdieren, maar ook voor de diergroep die tot aan hun beroemde uitsterven door een vermeende meteorietinslag 140 miljoen jaar lang de dienst uitmaakten op Aarde.

Dit betogen drie Amerikaanse wetenschappers op zondag tijdens een bijeenkomst van de Geological Society of America.

Zij hebben onderzoek verricht naar fossiele dijbenen en ontdekten dat de meeste afstammingslijnen geleidelijk steeds grotere soorten voortbrachten - in overeenstemming met de Wet van Cope, vernoemd naar de 19e eeuwse Amerikaanse paleontoloog Edward Cope.

Survival of the biggest

Hieruit zou blijken dat het zowel voor jagende als voor vegetarische dinosauriërs structureel voordelig zou zijn om groter te zijn dan de individuen van de eigen soort en van andere soorten – ondanks dat een grotere lichaamsomvang ook nadelen met zich meebrengt.

Wel ontdekten de paleontologen dat tweebenige dinosauriërs, zoals de beroemde Tyrannosaurus rex, aan het einde van het Krijt waarschijnlijk een bovengrens voor hun lichaamsomvang hadden bereikt, terwijl het gestel van de allergrootste planteneters, zoals de vierbenige bomenetende sauropoda , nog verdere groei toestond.

Vliegende dinosauriërs

Vogels, die afstammen van vliegende dinosauriërs, vormen een uitzondering op de Wet van Cope omdat deze groep juist evolutionaire druk ervoer om steeds lichter te worden, zo zeggen de onderzoekers.

Onder de dinosauriërs bevonden zich de grootste landdieren die onze planeet ooit heeft gezien. Toch heeft de evolutie ook zeer kleine dinosauriërs voortgebracht – die als warmbloedige dieren waarschijnlijk afhankelijk waren van een vacht of verendek.