Nieuwe biologische marker voor Alzheimer

AMSTERDAM - Het analyseren van een vijftal stoffen in de hersenen kan Alzheimer onderscheiden van andere dementieziektes.

Dat schrijven Zweedse wetenschappers van de universiteit van Sahlgrenska deze week in Journal of the American Medical Association.

De Ziekte van Alzheimer is notoir moeilijk te diagnosticeren, vooral omdat de symptomen vooral in het begin weinig verschillen van andere types dementie. Dat zorgt er voor dat de juiste diagnose vaak laat wordt gesteld, wat behandeling lastiger maakt.

Op dit moment wordt het onderscheid tussen Alzheimer en andere dementieaandoeningen vooral gemaakt door cognitieve testen en hersenscans. Al langer wordt de hoop uitgesproken dat dit vervangen kan worden door zogenaamde biomarkers, meetbare biologische moleculen die aangeven wat er precies mis is in het lichaam, in dit geval in de hersenen.

Lastig

Biomarkers zijn veelal betrouwbaarder dan andere diagnostische methoden, maar het vinden van de juiste onderscheidende markers valt vaak niet mee.

De Zweedse wetenschappers keken in hun onderzoek tegelijk naar vijf verschillende biomarkers, waarvan ze wisten dat die betrokken zijn bij allerlei dementie-ziektes. Daaronder zaten de bekende beta-amyloide-eiwitten en de tua-eiwitten. Ze probeerden patronen te vinden die de verschillende vormen van elkaar konden onderscheiden.

Concentratie

Het bleek dat vooral de concentratie van het eiwit alpha-synocleine hoger was bij Alzheimer-patienten dan bij patiënten met andere dementieziektes. Gecombineerd met beta-amyloide en tau, die ook hoger zijn, moet dit de diagnose van Alzheimer preciezer en vroeger kunnen maken, denken de onderzoekers.

De overige twee stoffen waren minder onderscheidend. Behandeling zal dan eerder kunnen starten, met betere uitkomsten in het vooruitzicht.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie